Naomi.
Ik ga terug, ver terug. Graaf in m'n geheugen en probeer alles terug naar boven te halen. Sommige beelden kan ik me haarscherp voor m'n ogen halen, andere bevatten gaten of kunnen niet volledig herinnerd worden. Het is allemaal zo lang geleden..
Ik ga terug naar de zomer dat ik voor het eerst verliefd werd, dat ik nog onbezorgd kon zijn en het enige wat ertoe deed was dat ik gelukkig was.
Ik was elf jaar. Ik klom in bomen en maakte brouwsels van waspoeder vermengd met aarde achter de schuur van m'n ouders. Ik was verliefd, tot over m'n oren, op de allerliefste en allermooiste jongen. Zijn oma woonde in mijn straat. Hij had stekeltjeshaar en zo'n stoere pet. Elke dag gingen we samen spelen en op een dag probeerde hij mij te kussen, maar ik duwde hem weg.. Ach ik was immers nog maar twaalf. Ik had ook de allerbeste vriendin van de hele wereld. Ze noemde Yasmine. Ze had mooie kastanjebruine haren en als ze lachte dan leek het alsof de sproetjes dansten op haar gezicht. Haar lach was als muziek en als ze iets deed wat niet mocht dan keken haar grote groene ogen ondeugend. Ze woonde ook in dezelfde straat, bij haar papa.
Ik was twaalf en het was zomer. Een warme zomer. We sliepen in de tent, we deden waterspelletjes en gingen samen zwemmen. We reden met de fiets expres in tegenwind om te zien we er het langst het hardst zou kunnen fietsen.
Het jaar erna zou alles veranderen. Ik was de jongste van ons drie, ik ging nog niet over naar het middelbaar. Yannick en Yasmine wel. Yannick ging naar de Technische school, hij had besloten om bouw te volgen. En Yasmine naar de vroegere meisjesschool. Het klonk me raar in de oren, het was ver weg naar de stad. Wij woonden op de boerenbuiten, voor mij ging het altijd zo blijven, in mijn hoofd ging die zomer nooit voorbij. Maar in realiteit ging hij dat wel.
In augustus liet Yasmine haar bruine haar verven, ze verfde het in witblond. Plots had ze een laag poeder over haar gezicht en een neuspiercing. Ik herkende haar niet meer, zei dat ze eruit zag als een heks. Ze lachte. Maar haar sproetjes dansten niet meer.
En Yannick zag ik maar één keer de laatste twee weken, hij kwam me tonen dat hij een piercing had, in zijn oor. Ik vond het raar en mijn papa ook, welke jongen neemt ook een oorbel.
Ik zag hen allebei bijna niet, ik zie mezelf nog staan, wachtend vooraan op de stoep. Mijn mama vertelde me dat ik er uren kon zitten of staan, gewoon wachten.
Er was een nieuwe jongen in de straat komen wonen, Jens, hij had al twee oorbellen en was drie jaar ouder dan mij. Hij maakte me bang, met zijn bandjes bedrukt met gekke pinnen. Het was pas achteraf dat ik hoorde dat Yannick en Yasmine veel met hem optrokken die laatste weken. Ik was nog maar een kind, ik speelde met ballonnen en springtouwen en verstond de dingen die zij deden vast niet.
Het werd september en school begon opnieuw. Ik schreef brieven naar Yasmine, over hoe ik haar miste en wat ik deed op school. En zij schreef terug, op roze briefpapier met hartjes of op haar computer, ze vertelde over Jens die haar hart sneller liet slaan en over Yannick die geprobeerd had om haar te kussen. Ze schreef over roken en wiet en over jongens, zoveel dingen die ik niet verstond. Ik wou haar om meer uitleg vragen maar kreeg er de kans niet toe, mijn papa zei dat ik beter geen contact meer met haar zou hebben. Ik mocht niet meer bij haar thuis op bezoek.
Haar rokjes werden korter en haar haar als het mogelijk was nog blonder. Zelfs als het koud was had ze bijna geen kleren aan en haar lach klonk hoog en nep. Ze droeg ringen en andere juwelen en maakte wilde gebaren met haar handen als ze sprak. Zij mocht wel nog steeds bij mij komen, en als ze kwam dan giechelden we net alsof er niks was veranderd.
Mijn laatste jaar vloog voorbij, maar de zomer was niet meer zo mooi als toen. De zomers waren nooit meer zo mooi als toen.


Met citaat reageren