betaalmiddelen: geld (vaak door mijn hele tas heen), pinpas, andere pasjes, muntjes van uitgaansgelegenheden
een heleboel troep a la van die ijzertjes om boterhammenzakjes mee dicht te binden, kruimels, bonnetjes, snoeppapiertjes, elastiekjes en schuifspeldjes
dan de wat zakelijkere dingen: telefoon, agenda (met notitieruimte), verschillende pennen
en dan overig: flesje water, meestal wel iets van een koek of appel, tampons, fiets- en huissleutels (van mijn kamer en van bij mijn ouders thuis)
het is kortom echt één grote bende
__________________
dromedaris
daar het voor een dromedaris / met een mager maandsalaris / slechts
een wensdroom is gebleken / weg te gaan naar verre streken / heeft
hij zich maar voorgenomen / dat hij daris in zijn dromen
|